25.Tangkoeban Prahoe, de “ware” legende

Als oud-bewoner van Nederlands-Indië ben ik me bewust van de nieuwe spelling, in het Indonesisch. In 2007 beklom ik de bekende berg Tangkuban Perahu, die ik zeventig jaar eerder al kende, maar als Tangkoeban Prahoe, in het Maleis. Deze naam lezen jullie nu dan ook omdat ik een gebeurtenis ga vertellen die dateert uit de tijd dat hij zo heette.

In tegenstelling tot mijn vorige post, Wraakneming van een Eiland, berust deze legende wél op het “ware” ontstaan van deze top.

+ – +

De Koningin dezer streken, Dajang Soembi, had een zoon, Sangkoeriang geheten; deze prins was door Indra en Brahma begiftigd met allerlei heldhaftige eigenschappen. Eenmaal twistten moeder en zoon, en de koningin trof de prins met een wapen op het hoofd en sloeg hem een wond. Toornig en treurig verliet Sangkoeriang de kraton, zwierf door heel Java en veroverde grote delen van het eiland.

Heimwee dreef hem terug naar het Westen; daar ontmoette hij een zeer schone vrouw die door echtgenoot was verstoten, en zij raakten op elkaar verliefd. Op een middag streelde de vrouw de jongere man over het hoofd, en ontdekte een litteken dat zij tot haar ontsteltenis herkende als dat van de wond die zij Sangkoeriang jaren geleden had toegebracht. Natuurlijk was zij te beschaamd om zich als zijn moeder bekend te maken. Maar het was duidelijk dat aan de romance een einde moest komen. Om het voorgenomen huwelijk te beletten, bedacht ze een list: zij eiste van Sangkoeriang als bewijs van zijn liefde, dat hij diezelfde nacht een dam zou bouwen waardoor de Tjitaroem de hoogvlakte van Bandoeng zou overstromen, en dat hij haar met een prauw zou komen bezoeken.

Sangkoeriang riep zijn goden te hulp; zij bouwden een prauw en legden een formidabele dam aan, die de loop van de rivier bedwong en de hoogvlakte liet onderlopen. Toen Dajang Soembi vanaf de top van de berg de prauw steeds meer zag stijgen, smeekte zij Brahma om hulp. Brahma wendde al zijn macht aan om de dam te ondermijnen, en nog voordat het water tot de verblijfplaats van Dajang Soembi was gekomen, begon het terug te stromen in de bedding. De prauw sloeg om, en de bruid, van smart en spijt overstelpt, stortte zich in de vloed en verdronk samen met haar zoon-minnaar en de meevarenden. Door de woeste golven werd de prauw tegen de berg geslagen en bleef met de kiel omhoog op de top liggen.

 & & &

24. De Wraakneming van een Eiland

Langs de zuidelijke helling van de Tangkuban Perahu kronkelt de weg omhoog langs Lembang, een vriendelijk dorp, tot nu toe links gelaten door het toerisme. Er zijn een paar winkels, een aantal bungalows omgeven door grote tuinen, en een hotel dat, als ik het zou moeten beoordelen, een ster meer waard zou zijn dan het gebruikelijke maximum, mede om zijn fraaie ligging – die moet zijn uitgekozen door Benedictijnse monnikken.

Naar rechts glijdt het oog langs een kleurenpalet, over gouden rijstvelden, het rood en geel van wilde bloemen, twintig tinten van groen in de kininebossen en theeplantages, en het blauw van een prachtig meer, dat van hier slechts gedeeltelijk te zien is. Dat bruine lint dat verder naar beneden door Bandoeng stroomt, is de Tjikapoendoeng. Rondom vormen bergtoppen een bijna circulaire keten. Op deze zevenhonderd meter hoogte boven de zeespiegel vinden veel bewoners van de warme en vochtige kuststrook van Java voor hun weekeinden en vacanties een weldadig klimaat. Overdag is het warm, maar koele nachten zorgen voor een goede nachtrust.

Aan jeugdjaren in deze streek heb ik heel prettige herinneringen. Graag zou ik dan ook langs bekende plekjes wandelen, maar dat zal ik een volgende keer doen, want nu ben ik gekomen om de Kawah Ratu te bezoeken, de Konginnekrater. Het is de grootste van de negen die deze berg bezit, en ook de interessantste omdat kortgeleden – in 1971 – hier een uitbarsting heeft plaatsgehad. Ongevaarlijk want voorname­lijk modder, maar in de lucht zal altijd ook zwavel blijven hangen.

Vanaf mijn observatiepost kan ik Villa Isola niet zien, maar ik weet waar het staat, dat statige herenhuis waar ik als kind een keer de beklemming beleefde om naast een fysiek afwezig lijk te staan. Die ervaring heb ik jullie beschreven, nu wil ik mijn belofte van destijds inlossen, en ga jullie de geschiedenis van die berg vertellen.

In onheuglijke tijden was deze plaats een eilandje dat bijna geheel bestond uit een berg, omringd door dichte bossen en smalle, steil aflopende stranden. Er leefden slechts dieren, want grote niveauverschillen op de zeebodem veroorzaakten formidabele draai­kol­­ken die het vaartuigen onmogelijk maakte, naderbij te komen.

De legende wil dat de jonge Sri Palingmanis droomde dat zij rondliep in het Hof van Eden, en dat het dat eiland was. De volgende ochtend vroeg zij haar verloofde, haar daar naartoe te brengen. Effendi Tidatakoet was een ervaren visser en kende geen angst, maar dat waagstuk was nooit in hem opgekomen; het eiland werd immers beschouwd als een taboe. Maar de wens die Sri voelde, was onbedwingbaar, en op de weifeling van haar geliefde reageerde ze door aan te kondigen dat ze desnoods alléén zou gaan. Het had geen enkele zin om zich aan die gevaren bloot te stellen, maar uiteindelijk stemde Effendie toe, want hij wist dit Sri in staat zou zijn om inderdaad zelf op pad te gaan, en dat zij van die hachelijke onderneming niet terug zou komen.

Ze vertrokken in het diepste geheim, want wie te weten zou komen wat zij van plan waren, zou hun dat tegen elke prijs beletten. Na een moeizame overtocht, die bijna de hele dag duurde en waarbij zelfs een keer hun vaartuigje bijna kapseisde, begonnen ze de kracht te merken van verraderlijke draaikolken, en ze voelden de dreiging van onzichtbare rotspunten. Vermoeidheid en angst deden zich steeds meer gelden maar juist nu, in het zicht van hun eind­doel, wilden ze de strijd niet opgeven. Ze deden nog een laatste dappere poging, en toen zelfs Sri eindelijk, tegen haar zin in, moest toegeven dat het hun teveel werd, stak de Grote Gids hun een helpende hand toe. De harde wind nam af, de stromingen werden zwakker en ineens waren ze de gevaarlijke branding gepasseerd.

Uitgeput maar zielsgelukkig sprongen ze de boot uit en vielen elkaar op het warme strand in de armen. Maar een seconde later zaten ze rechtop. Een trilling in de grond waarschuwde hen dat er iets op til was, en dat het niet veel goeds zou zijn, alhoewel de heldere hemel geen stormsignaalen gaf.

Het was het begin van een siddering die het binnenste vn de aarde uit elkaar scheurde. Het eiland, kokend van woede om door een paar onbeduidende mensjes te zijn vernederd, ontgrendelde haar vulkaan in een zelfmoord uitbarsting. Een paddestoel van vuur en as verduisterde de zon, een schokgolf duwde het water over het hele eiland tot aan de horizon, en gloeiende lava verschroeide de bossen en de stranden in een minimum van tijd. De top van de berg zakte in elkaar en werd bedekt door  de ondersteboven gewentelde boot van Effendie.

Eeuwen later daalde het zeeniveau, en meer eilandjes kwamen boven water, samen het gebied vormend dat nu Java heet. De eerste bewoners die de door de lava vruchtbaar geworden grond bewerkten, doopten de afgeplatte top van de berg Tangkuban Perahu, Omgekeerde Boot. Wanneer ik hier terugkom om te gaan genieten van een verdiende vacantie, zal ik een denksteen laten aanleggen voor die onfortuinlijke minnaars, wiens namen in het Maleis De Liefste en De Onversaagde betekenen. Zij trotseerden de natuur, maar hun drijfveer was niet overmoed, doch een mandaat van liefde.

* * *

Naschrift: Dit is niet de ware legende van de Tangkuban Perahu; die kan iedereen op youtube lezen. Ik geef de voorkeur aan mijn privé geschiedschrijver. 🙂

.-

 

 

 

 

23. De Arabische Beschaving

In commentaren op een vorige post kwam onder andere de Arabische civilisatie ter sprake; graag wil ik hier iets daarover vertellen dat ik recentelijk te weten ben gekomen. Het is weinig, en ik heb me er niet in verdiept, want voorlopig heb ik hier de handen vol aan.

Van circa 800 tot 1100 n.C. was Bagdad, Irak, de intellectuele hoofdstad van de wereld. Daar stond men open voor elke denkbare stroming, er ontstond een eindeloze en vruchtbare uitwisseling van ideeën, die een onstuitbare vooruitgang ten gevolge had van de wetenschappen. Technologie, biologie, medicijnen, wiskunde, scheikunde, sterrenkunde, scheepvaart, handel, textiel, kleurstoffen, het recht van naamgeving, getallenleer (verspreiding en toepassing van de nul). Algebra,  algorithme, alcohol, benzine, zijn bekende Arabische woorden. Tweederde van de sterren aan het firmament hebben Arabische namen. Let wel, deze heerschappij berustte niet op duizendenjarige tradities, maar heeft slechts driehonderd jaar geduurd.

Aan de bloei gedurende deze periode is een relatief versneld einde gekomen, uiteraard als gevolg van diverse factoren, waarvan ik hier slechts één noem: godsdienstige openbaringen namen de plaats in van wetenschappelijk onderzoek. Sindsdien is de Mohammedaanse samenleving achtergebleven, en zij heeft zich van die instorting niet hersteld.  Met de ontdekkingen van Copernicus en Galileo, die zich baseerden op de observatie van onweerlegbare feiten, nam de Westerse wereld de leiding over en heeft de wetenschap sterker dan ooit gemaakt.

Wanneer we de toekenning van Nobelprijzen als een maatstaf nemen voor de activiteit van intellectuele groepen zoals bijvoorbeeld de Moslims en de Joden, kunnen we een vergelijking maken. Hoeveel Mohammedanen hebben een Nobelprijs ontvangen? Zeven, acht. Daarentegen  zijn meer dan 170 toegekend aan Joden. Hoeveel Moslims zijn er? Anderhalf miljard. Hoe groot is de Joodse bevolking? Niet meer dan 15 miljoen. De volkomen scheve verhouding is in één oogopslag duidelijk. Als de godsdienstige invloed van filosofen zoals Abu Hamid Al-Ghazali de hoge Islamitische standaard niet omlaag had gehaald, zouden Mohammedanen onnoemlijk veel meer Nobelprijzen hebben geïncasseerd.

Op YouTube zijn video’s te zien van wetenschappers die beschikken over wagonladingen kennis, en bovendien over het vermogen om deze uit te dragen op een bijzonder plezierige en didactische manier. De wijsheid hierboven heb ik grotendeels opgetekend uit een voordracht van de Amerikaans astrofysicus Neil DeGrasse Tyson, die naar mijn mening uitmunt in het voorbeeldig duidelijk naar voren brengen van zijn denkwijze en opvattingen.

.-

 

 

22. Al’Qal’a al-Hamrá, Rood Fort

De sage van het Vervloekte Bronwater, die ik vorige week vertelde, is gebaseerd op een bezoek aan het échte, ook prachtige, paleis dat bijdraagt aan de attractie van Granada. De naam Alhambra is afgeleid van het Arabische Al’Qal’a al-Hamrá, Rood Fort, een complex van Islamitische paleizen op een berg­helling. Op daken, bogen, muren en betegelde vloeren overheer­sen de veelkleurige geometrische arabesken die zo karakteristiek zijn voor de Moorse architectuur. De diverse zalen en andere ruimten ga ik hier niet opnoemen, want die kan de belangstellende bezoeker gemakkelijk vinden in reisgidsen.

alhambra-18

De aantrekkelijkste ruimte vond ik wel de Veranda van Lindajara, een Westerse verbastering van I-ain-dar-aixa, de Ogen van de Sul­tane, waar de prinsessen, op kussens op de vloer gezeten, konden genieten van het uitzicht: aan hun voeten, de Tuinen van de Generalife, de Architect, en op de achtergrond de blank­heid van de Sierras Nevadas, de Besneeuwde Bergen, onuitputte­lijke bron van het water dat hier overal is te zien en te horen. Het stroomt langs uitgeholde trapleuningen, schiet omhoog in stralen die met slechts een beetje zonneschijn de kleuren van de overal aanwezige bloemen in alle richtingen weerkaatsen, en het vloeit door beekjes, vijvers en fonteinen langs ontelbare salons, corri­dors, galerijen, hofjes en patios, om te eindigen in ondergrondse badka­mers. Deze laatste waren een belangrijk facet van de zeer gevorderde Arabische beschaving. – Hoe deze hoogstaande cultuur in een minimum van tijd is verdwenen, is een onderwerp op zichzelf. Iets voor een andere keer misschien?

 

 

21. Vervloekt Bronwater

Een prachtig paleis met een minder fraaie voorgeschiedenis.

De legende wil dat Kalief Abdul-El-Agreb een groot vereerder was van water. Zijn luisterrijke paleis was omringd door vijvers en fontijnen. Het kristalheldere water stroomde als in een versnelling langs uitgeholde trapleu­ningen, het kabbelde door beekjes langs en dwars over galerijen, het spoot omhoog in vrolijke stralen die elkaar kruisten boven kleurrijke bloembedden, en het golfde door grote onderaardse badruimten, een belangrijk aspect van de Arabische beschaving.

Dat magnifieke hydraulische kunstwerk wekte alom bewondering om zijn archi­tectuur en het vernuft, maar was ook het doelwit van kritiek vanwege de plaats waar het was gebouwd: aan de rand van de Grote Raschid Salem Nafudh Woestijn. Het stond daar als een uitdaging aan de natuur, bij­na als een vloek.

Op een dag liet een voorbijtrekkende Bedoeien een waarschuwing horen. Als de verspilling van dit zo vitale element voortging, zou een ramp in de streek niet te voorkomen zijn. Koning Ab­dul-El-Agreb vatte die bedreiging op als een bele­diging, en hij zond de onfortuinlijke zigeuner naar het schavot.

De volgende dag staken wervelwinden op, eerst in een verderaf gelegen gedeelte van de woestijn. Warm als de luchtstromen die hen voortduwden, teisterden felle zandstormen de omringende dorpen, vernielden de bast van de kostbare palmbomen en stopte de waterputten dicht. Hoewel orkanen normaal waren in die tijd van het jaar, raakte de bevolking in angst. De derde dag begon de waterschaarste acuut te worden, en de mensen smeekten de Kalief om hun water te verschaffen. Maar die hulp zou het einde betekenen van de waterstromen die het paleis versierden, en de vorst beval de mannen, onmiddellijk nieuwe put­ten te graven. Enkele raadgevers die hem her­in­nerden aan de voorspelling van de Bedoeien, liet hij meteen in de gevangenis werpen.

Tegen de verwachtingen van de Opperste Heer­ser in, nam het noodweer niet af in hevigheid. De vijfde dag dreven steeds grotere wol­ken zand in de richting van de koninklijke tui­nen. Abdul-El-Agreb begon nu ook veront­rust te worden, en smeekte Allah om bescherming. Maar de verschuiving van de Grote Raschid Salem Nafudh Woestijn was niet te stuiten. Zes dagen later was de eens zo schitterende creatie bedolven onder onverbiddelijk opdringende massa’s zand.

Vierhonderd jaar later werd het paleis op­nieuw gebouwd aan de hand van de bestaande teke­ningen en waarschijnlijk met dezelfde praal, maar in een ander land aan de overzijde van de Middellandse Zee, en ver van de woestijn – uit goed begrepen voorzorg. En daar staat het nog steeds, als een onverdiend eerbe­wijs aan de hoogmoed van een Moorse monarch.

agua-maldita-1

20. Er waren eens drie polshorloges

Van de polshorloges die mij hebben geholpen om bij de tijd te blijven zonder de stand van de zon te meten, zijn er drie met een geschiedenis, die ik hier ga vertellen.

Het eerste had ik uit eigen zakgeld bekostigd; het merk was denkelijk alleen bekend aan de fabrikant en  een dozijn afnemers. Van waterdichtheid was geen sprake, dus ik nam het niet mee onder de douche. Maar op een kanotocht met een vriend werden we een eind gesleept door een aak; we hadden dus de peddels niet nodig maar hadden één ervan blijkbaar niet voldoende vastgeklemd. Een (rivier)golf nam hem mee; ik kon hem nog nét redden maar merkte de stommiteit, mijn horloge aan te hebben. Het heeft hoogstens die vacantie nog dienst gedaan.

Door onverwachte omstandigheden kon ik heel goedkoop een weinig gebruikte Rolex overnemen. Je weet wel, dat juweel dat de voorkeur geniet van kunstenaars, topsporters en andere hoogwaardigheidsbekleders. Mijn meting met de radio-tijd wees aan dat het uurwerk in een maand 17 seconden achter liep. Dat vond ik een geweldige precisie, maar ik kon er niet erg lang blij mee zijn. Op een avond werd ik op straat overvallen door drie jongelui die uit een bestelwagentje sprongen en als eerste mijn horloge eisten – alsof ze het wisten! Tegen mijn gewoonte in, had ik juist vrij veel geld in een binnenzak van mijn jas, maar oh geluk bij dat ongeluk, zij zagen blijkbaar iemand naderen, en namen daarom genoegen met wat wisselgeld uit mijn broekzak.

Op een vacantie in Zürich logeerde ik een week bij Hanny en Fritz, een kinderloos echtpaar van de leeftijd van mijn ouders. Hij was een Zwitser, zij een Nederlandse, die in een vorig huwelijk een aantal jaren in Ned. Indië had gewoond. Met haar had ik dus al direct gemeenschappelijke gespreksonderwerpen. De sympathie bleef zich voortzetten in jarenlange correspondentie, ook toen ik in Argentinië kwam wonen. Hanny deelde mij elke maand haar teleurstelling mede, geen lot uit de loterij te hebben getrokken, waar zij op hoopte om mij een passage te kunnen aanbieden.  – Op een dag kreeg ik een donker voorgevoel dat de kans op een weerzien verkeken was. De envelop droeg de bekende Helvetische postzegel, maar was geschreven door Onkel Fritz, die gewoonlijk  alleen onderaan of in de kantlijn een paar regels bijkrabbelde. Ik wist dat Hanny ziek was, maar besefte pas nu, dat beiden mij de ernst hadden verborgen.

Nu heb ik hier, voegde Fritz aan het droevige bericht toe – een spaarbankboekje dat Hanny op jouw naam heeft geopend. Er staat x franc op, zeg me maar wat je ermee wil doen. – Die lieve dame had dus, behalve elke maand een loterijlot, ook geld voor mij apart gezet!  Ik kon me nauwelijks een beter geschenk wensen dan een symbool van dat mooie land, en waarmee ik tevens dat dierbare echtpaar dagelijks met me zou meedragen. Die Tissot heeft mij meer dan een kwarteeuw lang verteld hoe laat het was, nu zie ik het van tijd tot tijd alleen terug in een doos zoals we die denk ik allemaal hebben. Het voordeel van zo’n klokje is dat het tenminste twee keer per dag de exacte tijd aangeeft.-

 

 

 

 

 

19. Welkom op Jupiter!

Het is geen nieuws meer, maar uit wat ik erover heb gelezen, wil ik graag een korte samenvatting geven van wat mij de moeite van het weten waard lijkt.

De satelliet Juno heeft de bijna één miljard kilometer afstand  tot Jupiter afgelegd in vijf jaar, met een gemiddelde snelheid van 264.000 km per uur, dit is 122 maal sneller dan de Concorde, en na 37 keer om deze planeet, de grootste van ons zonnestelsel, te hebben gecirkeld. Het traject was verdeeld in 13 fasen, met elk haar specifieke mijlpalen en manoeuvres. Eerst werd Juno geplaatst in een heliocentrische baan tot voorbij Mars; pas in oktober 2013 werd de snelheid opgevoerd om haar op het traject richting Jupiter te zetten. Twee jaar lang volgde een rustige reis tot de huidige, voorlaatste, fase. Juno is inmiddels een satelliet van Jupiter geworden, maar blijft observaties maken; de missie eindigt dan ook pas in februari 2018, na totaal van zes en een half jaar.

Acht vorige ruimtemissies zijn uitgevoerd met kernenergie; Juno heeft het record gevestigd als vaartuig dat het verst is gekomen met alleen zonne-energie. In dat verband vind ik de besturing van de drie enorme zonnepanelen van Juno, die constant naar de zon gericht moesten blijven om een optimaal gebruik te garanderen, een van de verbazingwekkendste prestaties die tot dusverre op die vlucht zijn geleverd. Let wel, alle permanente aanpassingen werden geïnstrueerd  vanaf de aarde!

Hopelijk zullen de resultaten van deze experimenten ertoe bijdragen om zonne-energie steeds meer binnen ons bereik te brengen!