19. Welkom op Jupiter!

Het is geen nieuws meer, maar uit wat ik erover heb gelezen, wil ik graag een korte samenvatting geven van wat mij de moeite van het weten waard lijkt.

De satelliet Juno heeft de bijna één miljard kilometer afstand  tot Jupiter afgelegd in vijf jaar, met een gemiddelde snelheid van 264.000 km per uur, dit is 122 maal sneller dan de Concorde, en na 37 keer om deze planeet, de grootste van ons zonnestelsel, te hebben gecirkeld. Het traject was verdeeld in 13 fasen, met elk haar specifieke mijlpalen en manoeuvres. Eerst werd Juno geplaatst in een heliocentrische baan tot voorbij Mars; pas in oktober 2013 werd de snelheid opgevoerd om haar op het traject richting Jupiter te zetten. Twee jaar lang volgde een rustige reis tot de huidige, voorlaatste, fase. Juno is inmiddels een satelliet van Jupiter geworden, maar blijft observaties maken; de missie eindigt dan ook pas in februari 2018, na totaal van zes en een half jaar.

Acht vorige ruimtemissies zijn uitgevoerd met kernenergie; Juno heeft het record gevestigd als vaartuig dat het verst is gekomen met alleen zonne-energie. In dat verband vind ik de besturing van de drie enorme zonnepanelen van Juno, die constant naar de zon gericht moesten blijven om een optimaal gebruik te garanderen, een van de verbazingwekkendste prestaties die tot dusverre op die vlucht zijn geleverd. Let wel, alle permanente aanpassingen werden geïnstrueerd  vanaf de aarde!

Hopelijk zullen de resultaten van deze experimenten ertoe bijdragen om zonne-energie steeds meer binnen ons bereik te brengen!

18. Muzikale Beleefdheden

Vandaag kwam een muzikaal intermezzo in me op.

Hieronder volgt een link naar een concert op YouTube. Het gaat niet zozeer om de muziek zelf (het pianoconcert van Edvard Grieg). Mijn lezers mogen natuurlijk de video in zijn geheel bekijken/beluisteren – liefhebbers van klassieke muziek zullen het vermoedelijk zonder verdere aanbeveling doen, maar op dit moment vraag ik alleen jullie aandacht voor het begin en het einde.

Er zijn (gelukkig heel weinig) concertsolisten die het podium opkomen, een of meer diepe buigingen maken voor het publiek, en zich aan de piano zetten om te spelen. De meeste artiesten geven de eerste violist(en) de hand of een handkus en buigen dan voor het publiek. De vertolkster op deze verfilming (Alice Sara Ott) echter is een van de weinigen die de, voor mij bijzondere, beleefdheid begaan om ook eerst het orkest te begroeten, respectievelijk te bedanken en dan pas de zaal. Dit is te zien, zowel in de eerste 15 seconden, als in de episode van 31:05 tot 31:15.

Vinden jullie het ook belangrijk dat een solist ook het orkest betrekt in de groet? Zij hebben elkaar achter de schermen al ontmoet, en het is dus geen formele begroeting, maar een hernieuwde uiting van wederzijds vertrouwen op de gezamen­lijke tocht door die duivelse partituren. Het feit, samen een compositie tien keer succesvol te heb­ben uitgevoerd, garandeert nog geen welslagen op het elfde concert. .-

 

17. Crypto’s

Een goeden middag aan mijn lezers! Voor mij is het geen vacantietijd; ik ben om allerlei redenen buiten mijn blog bezig geweest, met gelukkig alleen plezierige zaken.

Hier zijn nog wat woorden waarvan ik hoop dat vooral Melody en Myriam zich niet laten afschrikken omdat “harder denken” hun hoofdbrekens zou kosten.

De helften van deze woorden spreken elkaar niet allemaal bepaald tegen, maar ze verschillen veel en toch vormen ze een zinvol geheel.

Een gelijkenis met bestendige echtparen? Ja, die zou wel eens in iemand’s brein kunnen opkomen. Maar dan niet in dat van een vriend van mij, die bepaalde aankopen deed of afspraken maakte “op voorwaarde dat mijn 90 procent het goedkeurt”. In werkelijkheid was de besluitvorming net andersom – wat zij zelf altijd hartelijk toegaf.-

Ze zijn niet zo jong meer, en toch zijn ze van vandaag.

Is een catastrofe zo’n heerlijke ervaring?                              

De doos lijkt gevuld te zijn, maar het tegendeel is het geval. Er ontbreekt niets.

Onze beneden- en bovenburen wisselen voortdurend met elkaar, ze maken me van streek

16. DOORDENKERTJES (slot)

Dank jullie wel voor de ontvangen suggesties voor de crypto’s van vorige week! Er zijn geen verdere inzendingen ontvangen; hier gaan dan de “juiste” woorden:

1. De laatsten zullen de eersten worden: [14]  achterstevoren

 2. Zowel binnen- als buitenshuis: opgeruimd staat netjes:  [15] binnenstebuiten

 3. Twee zangstemmen die vulkanisch gesteente vormen: [6] basalt

# 3, een “keiharde” opgave, is door twee inzenders goed bedacht. Andere oplossingen kwamen in de buurt, maar jammer genoeg net niet dichtbij genoeg. Een volgende keer wellicht meer schoten in de roos! .-

 

 

15. DOORDENKERTJES

De Afrikaanse beheerder van een blog dat ik volg (vuurklip.wordpress.com) zet af en toe zijn lezers tot nadenken en dóórdenken. Wellicht vinden jullie het ook amusant om die rubrieken te bekijken; hij noemt ze “Raai Rai Riepa!” en “Blokkiesraaisels”.

Ik kan vuurklip daarin niet nadoen, maar wil wel iets laten zien dat ik al sinds jaren genoteerd heb staan als merkwaardige woorden, bijvoorbeeld die bestaan uit twee tegendelen of twee veel op elkaar lijkende begrippen. Ik heb er verder niets mee gedaan, maar heb nu iets bedacht.

De grap is, een woord te vinden dat overeenkomt met een cryptische omschrijving. In de tekst behoort een verband te bestaan tussen de woorden (en eventueel een synoniem) op zichzelf, en figuurlijke en dubbele betekenissen of gezegden waarin ze worden gebruikt. Het is niet zozeer een kwestie van raden alswel van connecties zien. Ik heb nog wel meer opgaven maar niet zoveel, dus geef ik om te beginnen geen voorbeelden. Probeer het maar, succes!

  1. De laatsten zullen de eersten worden. 

2. Zowel binnen- als buitenshuis: opgeruimd staat netjes.

 3. Twee zangstemmen die een vulkanisch gesteente vormen.

Ik wacht zonder smart maar met belangstelling op oplossingen en/of commentaar op deze laatste dag van de maand en op de rand van het nieuwe semester.  .-

 

14. De privé auto

Vandaag een overdenking. Serieus, en met galgenhumor.

Ignacio, een broer van mijn schoonzoon Miguel, werkte in de electronicawinkel van zijn ouders en deed aan sport. Hij kon o.a. uitstekend omgaan met paarden. Een hobby zette hij om in een bron van extra inkomsten door gewone paarden te kopen en ze, met de assistentie van een dresseur, te verkopen aan beroepspolospelers, die er goed voor betaalden.

Op een dag wou hij een rondje maken op een paard dat, weliswaar gevorderd, er volgens de dresseur nog niet aan toe was. Alhoewel een meegekomen vriend het hem ook afraadde, hield Ignacio vol met de geruststelling: Eén ommetje maar”. Dat ritje werd hem bijna fataal;  met een gebroken been werd hij met spoed naar het ziekenhuis vervoerd. Bij het nadere onderzoek werd geconstateerd dat het scheenbeen zó diep in de aarde was geduwd dat het niet meer gedesinfecteerd kon worden en dus snel zou overgaan in een gangreen. Het eindresultaat was een amputatie, tot iets onder de knie.

Toen Ignacio klaar was om thuis te leren hoe je met één been prima verder kan leven, bood Gustavo, een van zijn vele vrienden, als eerste aan om hem op te halen. “Graag”, zei Ignacio, “tenminste, als je met je privé wagen komt”. De voorwaarde maakte allen die om het bed stonden, aan het lachen want was het geval? Gustavo was (is) eigenaar van een begrafenisonderneming…..

Arme Ignacio kreeg niet de kans om een nieuw leven op te zetten. Het kostte heel veel moeite om het kunstbeen correct passend te krijgen, en in de tussentijd werden zijn ingewanden en prostaat aangetast. – een maand geleden gaf hij aan, geen chemotherapie meer te willen, en eergisteren is hij overleden, drie dagen vóór zijn 53e verjaardag.

Zes jaar na die thuisrit haalde Gustavo Ignacio weer op, ditmaal níet met zijn privé auto. .-

 

 

 

13. VILLA ISOLA

Een kort verhaal.

Met helder weer konden wij haar vanuit de tuin van ons huis zien. Schit­te­rend gesitueerd op de zuidelijke hel­ling van de Tang­kuban Prahu, stond zij daar, als een kas­teel uit vroe­ger tijden. Wij stelden ons voor dat in die villa met haar half­ronde mu­ren, haar ramen in Romaanse stijl, haar bal­kons op de vier ver­die­pingen en haar  vijvers met beeldhouwwerkjes in het uit­ge­strekte, hel­lende gazon, stoutmoedige ruiters op on­stui­mi­ge paarden bij el­kaar kwamen voordat zij met amazo­nes op stap gingen. Of zich bij het brede smeedij­zeren toegangshek ver­za­melden om op het eerste trom­petsignaal de jacht in te zetten op wilde zwij­nen of roofvo­gels. En mis­schien was het vooral dáár dat het ver­bod op de aan­trek­ke­lijke hanen­gevech­ten en andere gokspelen zo hard­nekkig werd ge­trot­seerd.

Waar géén twijfel over bestond, was over recente activi­teiten die zich rond Villa Isola hadden afgespeeld. Overdag gebeurde er niet veel, maar ‘s nachts von­den verzetsstrijders daar onderdak. Wij waren in een oorlog ge­wik­keld, en een groepje militairen en burgers voer­de vanuit de bergen een tamelijk succes­volle gue­rilla uit. Onze vijanden, klein gebouwde soldaten met scheef­staan­de ogen, bleven uit die buurt; het gerucht ging dat een pa­trouille die te dichtbij was gekomen, niet op zijn basis was terugge­keerd.

Een maand nadat de oorlog was afgelopen, mocht onze padvindersgroep een weekend in het bos bij Villa Isola kamperen. Aan het eind van de dag, moe van de trek­tocht, de spelen en de beoe­fening van de diverse bekwaamheden, strekten we ons op het gras uit om te genieten van de stilte op de hoog­vlakte en van de kleu­rige rijst­velden en bossen en theeplantages in de laat­ste zonne­stralen. We wuifden naar groep­jes landarbeiders die van de sawahs terug­keer­den. Om­ringd door een bijna volledige cir­kel van bergtoppen, strekte de resi­dentiële stad Bandoeng zich over de laagvlakte uit. De eerste lichtjes floepten aan. Ik keek om, naar de merk­waar­dige top van de Tang­kuban Pera­hu. Net een omge­keerde boot, en dat is pre­cies de beteke­nis van die naam in het Ma­leis, de taal die in die streek wordt gespro­ken. Er is een mooie legende aan verbon­den, die ik jullie een volgende keer zal ver­tel­len.

Rondom het kampvuur werd er gezongen, gepraat en, zoals was te verwachten, kwamen er verhalen los over deze legendarische plek. Onze hopman bleek één van die guerillavechters te zijn geweest. Vroeg op een ochtend was een kameraad aan zijn ver­wondingen over­le­den. Helaas hadden zij geen tijd om hem te begra­ven, want in de tro­pen gaat de zon snel op en staat in een half uur al hoog aan de he­mel. Zij moesten zich in de bergen schuil houden en waren dus gedwon­gen, het lijk achter te laten.

Diezelfde middag werden de geruchten over het naderende einde van de oor­log bevestigd, en allen daalden dol van vreugde naar de stad af, hun onfor­tuinlijke makker volkomen vergetend. De vol­gende och­tend haastte een delegatie zich om het verzuim goed maken, maar tot hun ontstelte­nis vonden ze in de kelder noch het lijk, noch de laar­zen en een inge­lijste foto van zijn vrouw en dochter­tje, de enige per­soonlijke bezit­tin­gen van de man. Bij navraag werden ze gerustge­steld met de mede­deling dat lie­den uit een nabij gelegen dorpje de begraving hadden ver­zorgd, om de in die streken snelle ontbin­ding van het lijk te voor­komen. Maar meer wil­den de mensen nog niet loslaten.

Het vuur was aan het uitgaan en niemand gooide er nog hout op, want het werd tijd om de tent in te duiken. Ik bleef denken aan de droefheid van de familieleden van de dode, die nooit te weten zouden komen waar zijn stoffelijk over­schot lag. Toen ik even later zag dat mijn buurman de slaap ook niet kon vatten, stel­de ik hem voor, een kijkje te gaan nemen op de verdiepingen waar we nog niet waren geweest. Wie weet wát voor impuls ons eerst naar bene­den dreef. Ineens stonden we voor de toegang naar het souterrain. We bleven staan en keken el­kaar moed in. Dat was wel nodig, want ik geloof dat op dat moment geen van ons het lef had opgebracht om alléén af te dalen. Lang­zaam volgden we de draaiing van de trap naar de pikdonkere en vochtige kelder. Een koude rilling liep over ons heen toen we in het licht van mijn zak­lan­taarn een laars in een hoek zagen liggen. En een portret­lijstje. Ik geloof dat het van leer was. –