11. MIJN GROOTVADER’S KLOK

Wat een prachtig exemplaar, die staande klok! Mijn grootvader had hem meegebracht uit een ver land, waar hij in een etalage stond, onder het stof bedolven zoals alle andere voorwerpen erom heen. De antiquair had hem verzekerd dat het een uniek uurwerk was, maar grootpa trok zich daar niets van aan, want alle antiekhandelaren verbeelden zich dat ze kostbare en authentieke objecten verkopen. Hij kocht de klok eenvoudig omdat hij hem mooi vond.

Ik herinner me dat ik op het moment dat we hem uitpakten, werd geboeid door de kast. Hij was van donker hout, meer dan twee meter hoog, en gaf de slagen een spelonkachtige sensatie. Achter het geslepen glas zag je een lange klepel, die zijn baan aflegde met een langzaam en vredig getik. Drie peervormige bronzen gewichten gaven dit gave handwerk een autonomie van twee weken.

Grootpa zette de machinerie in werking en legde me de banen van de Zon en de Planeten, en de standen van de Maan uit. Deze stonden naast raderwerkjes in gleuven in de wijzerplaat, buitenom was de Dierenriem getekend.  –  Nauwelijks een paar dagen later merkte ik met schrik dat de klepel zich onregelmatig bewoog en dat de Zon niet was opgegaan hoewel het al tien uur in de ochtend was. Opa vond dat nogal bedenkelijk, en ik deelde die zorg met hem, maar om een andere reden. Ik herinnerde me namelijk een liedje waarin een kind vertelt hoe een antieke muurklok ophield te tikken op het moment dat de eigenaar stierf – dat was zijn grootvader. Ik was dus bang dat de gelijkenis zich zou voortzetten. Diezelfde avond, toen we tevergeefs wachtten op Saturnus, die aan het firmament van de klok behoorde te verschijnen, stopte het mechanisme. Gelukkig ging mijn grootvader op dat moment niet dood.

In een werkplaats stampvol met uurwerken die ook bezig waren, hun notie van de tijd te herwinnen, zette de klokkenmaker ons bezit in werking, maar de Maan verkeerde in verkeerde fasen en de Zon passeerde het zenith om half drie in de ochtend. De technicus zocht al zijn ervaring bij elkaar, maar hij kwam er niet uit. Verslagen keerden we terug naar huis, erin berustend dat we ons juweeltje moesten opgeven.

Die avond droomde ik dat we in het land van herkomst van de klok woonden, waar deze – halleluja! – normaal functioneerde. Toen ik dat de volgende ochtend aan grootvader vertelde, lichtte zijn gezicht op. Hij liet zijn ontbijt staan, zette zijn hoed op en was al verdwenen. Pas heel laat kwam hij thuis en vertelde me alleen dat hij musea en biblotheken had bezocht; de reden zou hij me later wel uitleggen.

De volgende ochtend nam hij zijn notities mee naar de klokkenmaker en verzocht hem, een paar proeven te nemen. De resultaten bevestigden zijn vermoeden, en hij omhelsde ons, uit zichzelf van vreugde. Want wat had hij ontdekt?

+++

Ja, wat was die vondst? Deze post wordt te lang, het lijkt me beter, het vervolg morgen te plaatsen. Tot dan!

 

 

Advertenties

3 thoughts on “11. MIJN GROOTVADER’S KLOK

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s