23. De Arabische Beschaving

In commentaren op een vorige post kwam onder andere de Arabische civilisatie ter sprake; graag wil ik hier iets daarover vertellen dat ik recentelijk te weten ben gekomen. Het is weinig, en ik heb me er niet in verdiept, want voorlopig heb ik hier de handen vol aan.

Van circa 800 tot 1100 n.C. was Bagdad, Irak, de intellectuele hoofdstad van de wereld. Daar stond men open voor elke denkbare stroming, er ontstond een eindeloze en vruchtbare uitwisseling van ideeën, die een onstuitbare vooruitgang ten gevolge had van de wetenschappen. Technologie, biologie, medicijnen, wiskunde, scheikunde, sterrenkunde, scheepvaart, handel, textiel, kleurstoffen, het recht van naamgeving, getallenleer (verspreiding en toepassing van de nul). Algebra,  algorithme, alcohol, benzine, zijn bekende Arabische woorden. Tweederde van de sterren aan het firmament hebben Arabische namen. Let wel, deze heerschappij berustte niet op duizendenjarige tradities, maar heeft slechts driehonderd jaar geduurd.

Aan de bloei gedurende deze periode is een relatief versneld einde gekomen, uiteraard als gevolg van diverse factoren, waarvan ik hier slechts één noem: godsdienstige openbaringen namen de plaats in van wetenschappelijk onderzoek. Sindsdien is de Mohammedaanse samenleving achtergebleven, en zij heeft zich van die instorting niet hersteld.  Met de ontdekkingen van Copernicus en Galileo, die zich baseerden op de observatie van onweerlegbare feiten, nam de Westerse wereld de leiding over en heeft de wetenschap sterker dan ooit gemaakt.

Wanneer we de toekenning van Nobelprijzen als een maatstaf nemen voor de activiteit van intellectuele groepen zoals bijvoorbeeld de Moslims en de Joden, kunnen we een vergelijking maken. Hoeveel Mohammedanen hebben een Nobelprijs ontvangen? Zeven, acht. Daarentegen  zijn meer dan 170 toegekend aan Joden. Hoeveel Moslims zijn er? Anderhalf miljard. Hoe groot is de Joodse bevolking? Niet meer dan 15 miljoen. De volkomen scheve verhouding is in één oogopslag duidelijk. Als de godsdienstige invloed van filosofen zoals Abu Hamid Al-Ghazali de hoge Islamitische standaard niet omlaag had gehaald, zouden Mohammedanen onnoemlijk veel meer Nobelprijzen hebben geïncasseerd.

Op YouTube zijn video’s te zien van wetenschappers die beschikken over wagonladingen kennis, en bovendien over het vermogen om deze uit te dragen op een bijzonder plezierige en didactische manier. De wijsheid hierboven heb ik grotendeels opgetekend uit een voordracht van de Amerikaans astrofysicus Neil DeGrasse Tyson, die naar mijn mening uitmunt in het voorbeeldig duidelijk naar voren brengen van zijn denkwijze en opvattingen.

.-

 

 

22. Al’Qal’a al-Hamrá, Rood Fort

De sage van het Vervloekte Bronwater, die ik vorige week vertelde, is gebaseerd op een bezoek aan het échte, ook prachtige, paleis dat bijdraagt aan de attractie van Granada. De naam Alhambra is afgeleid van het Arabische Al’Qal’a al-Hamrá, Rood Fort, een complex van Islamitische paleizen op een berg­helling. Op daken, bogen, muren en betegelde vloeren overheer­sen de veelkleurige geometrische arabesken die zo karakteristiek zijn voor de Moorse architectuur. De diverse zalen en andere ruimten ga ik hier niet opnoemen, want die kan de belangstellende bezoeker gemakkelijk vinden in reisgidsen.

alhambra-18

De aantrekkelijkste ruimte vond ik wel de Veranda van Lindajara, een Westerse verbastering van I-ain-dar-aixa, de Ogen van de Sul­tane, waar de prinsessen, op kussens op de vloer gezeten, konden genieten van het uitzicht: aan hun voeten, de Tuinen van de Generalife, de Architect, en op de achtergrond de blank­heid van de Sierras Nevadas, de Besneeuwde Bergen, onuitputte­lijke bron van het water dat hier overal is te zien en te horen. Het stroomt langs uitgeholde trapleuningen, schiet omhoog in stralen die met slechts een beetje zonneschijn de kleuren van de overal aanwezige bloemen in alle richtingen weerkaatsen, en het vloeit door beekjes, vijvers en fonteinen langs ontelbare salons, corri­dors, galerijen, hofjes en patios, om te eindigen in ondergrondse badka­mers. Deze laatste waren een belangrijk facet van de zeer gevorderde Arabische beschaving. – Hoe deze hoogstaande cultuur in een minimum van tijd is verdwenen, is een onderwerp op zichzelf. Iets voor een andere keer misschien?

 

 

21. Vervloekt Bronwater

Een prachtig paleis met een minder fraaie voorgeschiedenis.

De legende wil dat Kalief Abdul-El-Agreb een groot vereerder was van water. Zijn luisterrijke paleis was omringd door vijvers en fontijnen. Het kristalheldere water stroomde als in een versnelling langs uitgeholde trapleu­ningen, het kabbelde door beekjes langs en dwars over galerijen, het spoot omhoog in vrolijke stralen die elkaar kruisten boven kleurrijke bloembedden, en het golfde door grote onderaardse badruimten, een belangrijk aspect van de Arabische beschaving.

Dat magnifieke hydraulische kunstwerk wekte alom bewondering om zijn archi­tectuur en het vernuft, maar was ook het doelwit van kritiek vanwege de plaats waar het was gebouwd: aan de rand van de Grote Raschid Salem Nafudh Woestijn. Het stond daar als een uitdaging aan de natuur, bij­na als een vloek.

Op een dag liet een voorbijtrekkende Bedoeien een waarschuwing horen. Als de verspilling van dit zo vitale element voortging, zou een ramp in de streek niet te voorkomen zijn. Koning Ab­dul-El-Agreb vatte die bedreiging op als een bele­diging, en hij zond de onfortuinlijke zigeuner naar het schavot.

De volgende dag staken wervelwinden op, eerst in een verderaf gelegen gedeelte van de woestijn. Warm als de luchtstromen die hen voortduwden, teisterden felle zandstormen de omringende dorpen, vernielden de bast van de kostbare palmbomen en stopte de waterputten dicht. Hoewel orkanen normaal waren in die tijd van het jaar, raakte de bevolking in angst. De derde dag begon de waterschaarste acuut te worden, en de mensen smeekten de Kalief om hun water te verschaffen. Maar die hulp zou het einde betekenen van de waterstromen die het paleis versierden, en de vorst beval de mannen, onmiddellijk nieuwe put­ten te graven. Enkele raadgevers die hem her­in­nerden aan de voorspelling van de Bedoeien, liet hij meteen in de gevangenis werpen.

Tegen de verwachtingen van de Opperste Heer­ser in, nam het noodweer niet af in hevigheid. De vijfde dag dreven steeds grotere wol­ken zand in de richting van de koninklijke tui­nen. Abdul-El-Agreb begon nu ook veront­rust te worden, en smeekte Allah om bescherming. Maar de verschuiving van de Grote Raschid Salem Nafudh Woestijn was niet te stuiten. Zes dagen later was de eens zo schitterende creatie bedolven onder onverbiddelijk opdringende massa’s zand.

Vierhonderd jaar later werd het paleis op­nieuw gebouwd aan de hand van de bestaande teke­ningen en waarschijnlijk met dezelfde praal, maar in een ander land aan de overzijde van de Middellandse Zee, en ver van de woestijn – uit goed begrepen voorzorg. En daar staat het nog steeds, als een onverdiend eerbe­wijs aan de hoogmoed van een Moorse monarch.

agua-maldita-1