22. Al’Qal’a al-Hamrá, Rood Fort

De sage van het Vervloekte Bronwater, die ik vorige week vertelde, is gebaseerd op een bezoek aan het échte, ook prachtige, paleis dat bijdraagt aan de attractie van Granada. De naam Alhambra is afgeleid van het Arabische Al’Qal’a al-Hamrá, Rood Fort, een complex van Islamitische paleizen op een berg­helling. Op daken, bogen, muren en betegelde vloeren overheer­sen de veelkleurige geometrische arabesken die zo karakteristiek zijn voor de Moorse architectuur. De diverse zalen en andere ruimten ga ik hier niet opnoemen, want die kan de belangstellende bezoeker gemakkelijk vinden in reisgidsen.

alhambra-18

De aantrekkelijkste ruimte vond ik wel de Veranda van Lindajara, een Westerse verbastering van I-ain-dar-aixa, de Ogen van de Sul­tane, waar de prinsessen, op kussens op de vloer gezeten, konden genieten van het uitzicht: aan hun voeten, de Tuinen van de Generalife, de Architect, en op de achtergrond de blank­heid van de Sierras Nevadas, de Besneeuwde Bergen, onuitputte­lijke bron van het water dat hier overal is te zien en te horen. Het stroomt langs uitgeholde trapleuningen, schiet omhoog in stralen die met slechts een beetje zonneschijn de kleuren van de overal aanwezige bloemen in alle richtingen weerkaatsen, en het vloeit door beekjes, vijvers en fonteinen langs ontelbare salons, corri­dors, galerijen, hofjes en patios, om te eindigen in ondergrondse badka­mers. Deze laatste waren een belangrijk facet van de zeer gevorderde Arabische beschaving. – Hoe deze hoogstaande cultuur in een minimum van tijd is verdwenen, is een onderwerp op zichzelf. Iets voor een andere keer misschien?

 

 

21. Vervloekt Bronwater

Een prachtig paleis met een minder fraaie voorgeschiedenis.

De legende wil dat Kalief Abdul-El-Agreb een groot vereerder was van water. Zijn luisterrijke paleis was omringd door vijvers en fontijnen. Het kristalheldere water stroomde als in een versnelling langs uitgeholde trapleu­ningen, het kabbelde door beekjes langs en dwars over galerijen, het spoot omhoog in vrolijke stralen die elkaar kruisten boven kleurrijke bloembedden, en het golfde door grote onderaardse badruimten, een belangrijk aspect van de Arabische beschaving.

Dat magnifieke hydraulische kunstwerk wekte alom bewondering om zijn archi­tectuur en het vernuft, maar was ook het doelwit van kritiek vanwege de plaats waar het was gebouwd: aan de rand van de Grote Raschid Salem Nafudh Woestijn. Het stond daar als een uitdaging aan de natuur, bij­na als een vloek.

Op een dag liet een voorbijtrekkende Bedoeien een waarschuwing horen. Als de verspilling van dit zo vitale element voortging, zou een ramp in de streek niet te voorkomen zijn. Koning Ab­dul-El-Agreb vatte die bedreiging op als een bele­diging, en hij zond de onfortuinlijke zigeuner naar het schavot.

De volgende dag staken wervelwinden op, eerst in een verderaf gelegen gedeelte van de woestijn. Warm als de luchtstromen die hen voortduwden, teisterden felle zandstormen de omringende dorpen, vernielden de bast van de kostbare palmbomen en stopte de waterputten dicht. Hoewel orkanen normaal waren in die tijd van het jaar, raakte de bevolking in angst. De derde dag begon de waterschaarste acuut te worden, en de mensen smeekten de Kalief om hun water te verschaffen. Maar die hulp zou het einde betekenen van de waterstromen die het paleis versierden, en de vorst beval de mannen, onmiddellijk nieuwe put­ten te graven. Enkele raadgevers die hem her­in­nerden aan de voorspelling van de Bedoeien, liet hij meteen in de gevangenis werpen.

Tegen de verwachtingen van de Opperste Heer­ser in, nam het noodweer niet af in hevigheid. De vijfde dag dreven steeds grotere wol­ken zand in de richting van de koninklijke tui­nen. Abdul-El-Agreb begon nu ook veront­rust te worden, en smeekte Allah om bescherming. Maar de verschuiving van de Grote Raschid Salem Nafudh Woestijn was niet te stuiten. Zes dagen later was de eens zo schitterende creatie bedolven onder onverbiddelijk opdringende massa’s zand.

Vierhonderd jaar later werd het paleis op­nieuw gebouwd aan de hand van de bestaande teke­ningen en waarschijnlijk met dezelfde praal, maar in een ander land aan de overzijde van de Middellandse Zee, en ver van de woestijn – uit goed begrepen voorzorg. En daar staat het nog steeds, als een onverdiend eerbe­wijs aan de hoogmoed van een Moorse monarch.

agua-maldita-1

20. Er waren eens drie polshorloges

Van de polshorloges die mij hebben geholpen om bij de tijd te blijven zonder de stand van de zon te meten, zijn er drie met een geschiedenis, die ik hier ga vertellen.

Het eerste had ik uit eigen zakgeld bekostigd; het merk was denkelijk alleen bekend aan de fabrikant en  een dozijn afnemers. Van waterdichtheid was geen sprake, dus ik nam het niet mee onder de douche. Maar op een kanotocht met een vriend werden we een eind gesleept door een aak; we hadden dus de peddels niet nodig maar hadden één ervan blijkbaar niet voldoende vastgeklemd. Een (rivier)golf nam hem mee; ik kon hem nog nét redden maar merkte de stommiteit, mijn horloge aan te hebben. Het heeft hoogstens die vacantie nog dienst gedaan.

Door onverwachte omstandigheden kon ik heel goedkoop een weinig gebruikte Rolex overnemen. Je weet wel, dat juweel dat de voorkeur geniet van kunstenaars, topsporters en andere hoogwaardigheidsbekleders. Mijn meting met de radio-tijd wees aan dat het uurwerk in een maand 17 seconden achter liep. Dat vond ik een geweldige precisie, maar ik kon er niet erg lang blij mee zijn. Op een avond werd ik op straat overvallen door drie jongelui die uit een bestelwagentje sprongen en als eerste mijn horloge eisten – alsof ze het wisten! Tegen mijn gewoonte in, had ik juist vrij veel geld in een binnenzak van mijn jas, maar oh geluk bij dat ongeluk, zij zagen blijkbaar iemand naderen, en namen daarom genoegen met wat wisselgeld uit mijn broekzak.

Op een vacantie in Zürich logeerde ik een week bij Hanny en Fritz, een kinderloos echtpaar van de leeftijd van mijn ouders. Hij was een Zwitser, zij een Nederlandse, die in een vorig huwelijk een aantal jaren in Ned. Indië had gewoond. Met haar had ik dus al direct gemeenschappelijke gespreksonderwerpen. De sympathie bleef zich voortzetten in jarenlange correspondentie, ook toen ik in Argentinië kwam wonen. Hanny deelde mij elke maand haar teleurstelling mede, geen lot uit de loterij te hebben getrokken, waar zij op hoopte om mij een passage te kunnen aanbieden.  – Op een dag kreeg ik een donker voorgevoel dat de kans op een weerzien verkeken was. De envelop droeg de bekende Helvetische postzegel, maar was geschreven door Onkel Fritz, die gewoonlijk  alleen onderaan of in de kantlijn een paar regels bijkrabbelde. Ik wist dat Hanny ziek was, maar besefte pas nu, dat beiden mij de ernst hadden verborgen.

Nu heb ik hier, voegde Fritz aan het droevige bericht toe – een spaarbankboekje dat Hanny op jouw naam heeft geopend. Er staat x franc op, zeg me maar wat je ermee wil doen. – Die lieve dame had dus, behalve elke maand een loterijlot, ook geld voor mij apart gezet!  Ik kon me nauwelijks een beter geschenk wensen dan een symbool van dat mooie land, en waarmee ik tevens dat dierbare echtpaar dagelijks met me zou meedragen. Die Tissot heeft mij meer dan een kwarteeuw lang verteld hoe laat het was, nu zie ik het van tijd tot tijd alleen terug in een doos zoals we die denk ik allemaal hebben. Het voordeel van zo’n klokje is dat het tenminste twee keer per dag de exacte tijd aangeeft.-

 

 

 

 

 

19. Welkom op Jupiter!

Het is geen nieuws meer, maar uit wat ik erover heb gelezen, wil ik graag een korte samenvatting geven van wat mij de moeite van het weten waard lijkt.

De satelliet Juno heeft de bijna één miljard kilometer afstand  tot Jupiter afgelegd in vijf jaar, met een gemiddelde snelheid van 264.000 km per uur, dit is 122 maal sneller dan de Concorde, en na 37 keer om deze planeet, de grootste van ons zonnestelsel, te hebben gecirkeld. Het traject was verdeeld in 13 fasen, met elk haar specifieke mijlpalen en manoeuvres. Eerst werd Juno geplaatst in een heliocentrische baan tot voorbij Mars; pas in oktober 2013 werd de snelheid opgevoerd om haar op het traject richting Jupiter te zetten. Twee jaar lang volgde een rustige reis tot de huidige, voorlaatste, fase. Juno is inmiddels een satelliet van Jupiter geworden, maar blijft observaties maken; de missie eindigt dan ook pas in februari 2018, na totaal van zes en een half jaar.

Acht vorige ruimtemissies zijn uitgevoerd met kernenergie; Juno heeft het record gevestigd als vaartuig dat het verst is gekomen met alleen zonne-energie. In dat verband vind ik de besturing van de drie enorme zonnepanelen van Juno, die constant naar de zon gericht moesten blijven om een optimaal gebruik te garanderen, een van de verbazingwekkendste prestaties die tot dusverre op die vlucht zijn geleverd. Let wel, alle permanente aanpassingen werden geïnstrueerd  vanaf de aarde!

Hopelijk zullen de resultaten van deze experimenten ertoe bijdragen om zonne-energie steeds meer binnen ons bereik te brengen!

18. Muzikale Beleefdheden

Vandaag kwam een muzikaal intermezzo in me op.

Hieronder volgt een link naar een concert op YouTube. Het gaat niet zozeer om de muziek zelf (het pianoconcert van Edvard Grieg). Mijn lezers mogen natuurlijk de video in zijn geheel bekijken/beluisteren – liefhebbers van klassieke muziek zullen het vermoedelijk zonder verdere aanbeveling doen, maar op dit moment vraag ik alleen jullie aandacht voor het begin en het einde.

Er zijn (gelukkig heel weinig) concertsolisten die het podium opkomen, een of meer diepe buigingen maken voor het publiek, en zich aan de piano zetten om te spelen. De meeste artiesten geven de eerste violist(en) de hand of een handkus en buigen dan voor het publiek. De vertolkster op deze verfilming (Alice Sara Ott) echter is een van de weinigen die de, voor mij bijzondere, beleefdheid begaan om ook eerst het orkest te begroeten, respectievelijk te bedanken en dan pas de zaal. Dit is te zien, zowel in de eerste 15 seconden, als in de episode van 31:05 tot 31:15.

Vinden jullie het ook belangrijk dat een solist ook het orkest betrekt in de groet? Zij hebben elkaar achter de schermen al ontmoet, en het is dus geen formele begroeting, maar een hernieuwde uiting van wederzijds vertrouwen op de gezamen­lijke tocht door die duivelse partituren. Het feit, samen een compositie tien keer succesvol te heb­ben uitgevoerd, garandeert nog geen welslagen op het elfde concert. .-

 

17. Crypto’s

Een goeden middag aan mijn lezers! Voor mij is het geen vacantietijd; ik ben om allerlei redenen buiten mijn blog bezig geweest, met gelukkig alleen plezierige zaken.

Hier zijn nog wat woorden waarvan ik hoop dat vooral Melody en Myriam zich niet laten afschrikken omdat “harder denken” hun hoofdbrekens zou kosten.

De helften van deze woorden spreken elkaar niet allemaal bepaald tegen, maar ze verschillen veel en toch vormen ze een zinvol geheel.

Een gelijkenis met bestendige echtparen? Ja, die zou wel eens in iemand’s brein kunnen opkomen. Maar dan niet in dat van een vriend van mij, die bepaalde aankopen deed of afspraken maakte “op voorwaarde dat mijn 90 procent het goedkeurt”. In werkelijkheid was de besluitvorming net andersom – wat zij zelf altijd hartelijk toegaf.-

Ze zijn niet zo jong meer, en toch zijn ze van vandaag.

Is een catastrofe zo’n heerlijke ervaring?                              

De doos lijkt gevuld te zijn, maar het tegendeel is het geval. Er ontbreekt niets.

Onze beneden- en bovenburen wisselen voortdurend met elkaar, ze maken me van streek

16. DOORDENKERTJES (slot)

Dank jullie wel voor de ontvangen suggesties voor de crypto’s van vorige week! Er zijn geen verdere inzendingen ontvangen; hier gaan dan de “juiste” woorden:

1. De laatsten zullen de eersten worden: [14]  achterstevoren

 2. Zowel binnen- als buitenshuis: opgeruimd staat netjes:  [15] binnenstebuiten

 3. Twee zangstemmen die vulkanisch gesteente vormen: [6] basalt

# 3, een “keiharde” opgave, is door twee inzenders goed bedacht. Andere oplossingen kwamen in de buurt, maar jammer genoeg net niet dichtbij genoeg. Een volgende keer wellicht meer schoten in de roos! .-